Waarom eigenlijk? Rike aan het woord.

 

Op internet en in bladen zie je ze vaak voorbij komen, foto’s van de prachtigste reisbestemmingen. Bestemmingen als het noorderlicht, de poorten van de Lempuyang-tempel op Bali, Machu Pichu in Peru en het dogenpaleis in Venetië komen op menig bucket list voor. Men die deze plekken al heeft bezocht beaamt dat het een ‘must see’ is. Wat maakt het bezoeken van de echte plek nodig als je er al zoveel foto’s van hebt gezien?

In mijn ogen gaat het om meer dan alleen het zien alleen, het gaat om de gehele ervaring. Het er naar toe reizen, het verlangen naar het origineel en weten dat DIT de plek is waar zoiets unieks is, een plek gebouwd door mensen of ontstaan door de natuur. Een plek die nergens anders op de wereld te vinden is.

Dit geldt ook voor kunstwerken. Hoe vaak je het meisje met de parel van Johannes Vermeer al hebt gezien in woonwarenhuizen, boven de bank van de buurvrouw of in je kunstgeschiedenis boek, het echte kunstwerk blijft iets om naar uit te kijken. Het echte kunstwerk is uniek en niet vervangbaar. Het ervaren ervan verschilt hierdoor fundamenteel met het ervaren van een reproductie. Filosoof Walter Benjamin noemt dit ‘de aura’  van een kunstwerk wat ontbreekt in zo’n reproductie en wat het werk uniek maakt.

Als docent ben je aan zet om het opdoen van ervaringen met kunstwerken aan je leerling mee te geven. En mijn tip hierin is: betrek je leerlingen hierbij. Leerlingen kunnen goed aangeven waar zij behoefte aan hebben. Ga met hen in gesprek en kom er achter waar zij door worden geïnspireerd. Til dit (eventueel) naar een hoger level en daag je leerling uit. Dichter en schrijver Ramsey Nasr schrijft dat de ervaringen die een leerling opdoet afhankelijk zijn van de persoonlijke bevlogenheid van de docent. Zou het niet fantastisch zijn als leerlingen jou later nog herinneren vanwege de mooie ervaringen die je hen hebt meegegeven?

 

Tips om te lezen: